Omdat iedereen telt

Beste…

Ja, welke aanhef zal ik kiezen.

Beste agent? Of Oom Agent, zelfs?

Niet iedereen binnen de organisatie is agent. Terwijl ik me wel tot iedereen wil richten. Omdat iedereen telt. Die Oom, die vond ik, heel even, lekker klinken. Het brengt jullie dichterbij. Iemand waar je van oudsher een bloedband mee hebt. Niet je vader, je moeder of je broer, dat niet, maar zeker een bekende. Een even strak als vriendelijk familielid, duidelijk, nooit te beroerd om op te staan wanneer hij nodig is.

Trouwens, nooit gedacht dat ik ooit met politieafdelingen zou komen te werken. Laat staan dat ik jullie een brief zou schrijven. De politie was niet mijn beste vriend, vroeger. Ooit werd ik, ik spreek hier begin jaren tachtig, in elkaar geslagen in de Leidsestraat in Amsterdam. Het kwam geen moment in me op om aangifte te doen. Wat had ik bij jullie te zoeken? Ik zou me absoluut niet veilig gevoeld hebben binnen de muren van jullie bureau. Een constatering: als minderheid zal mijn vrijheid altijd fragiel zijn. Als ik lees over de mishandeling van Nederlanders met een homoseksuele geaardheid door Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond, dan zucht ik. Bij mij waren het witte jongens, misschien skinheads, geen idee meer. Ik heb er gelukkig niet lang wakker van gelegen. In de jaren tachtig had ik de kans om in elkaar geslagen te worden. Net als in de jaren negentig. En in de jaren nul en tien. Alleen de daders zien er per decennium anders uit. Je leeft ermee, als minderheid, al is de kans op geweld in Nederland natuurlijk klein – en nog kleiner nu ik allang een middelbare man ben.

Goed, bij mij viel het mee, het geweld dat ik meemaakte in mijn leven. En uiteindelijk bleek dat ook politiemensen best meevielen. Tien jaar terug gaf ik een lezing over de veranderende tijdgeest voor een groep politiemensen, en dat werd zomaar ineens een emotioneel gesprek, waarin een aantal agenten het achterste van hun tong liet zien. Over waar en wanneer ze zelf vastliepen, in de eigen organisatie, in het systeem, in de tijd. Later heb ik dat diepe contact ook in andere politiegroepen gevonden.

Maar nee, Oom is me toch te dichtbij. Te mannelijk. En Tante Agent is te nadrukkelijk omgedraaid. In gedachten zie ik jullie mondhoeken al trekken. Hoewel het best een aardig beeld is: die stevige tante, die je liefkozend tegen haar boezem drukt als je angstig bent, maar streng toespreekt als je vervelend bent. Iets meer warmte wens ik jullie graag toe. Goed.

Beste Politiemedewerker. Nee, nu klink ik als een ambtenaar die iets wil vertellen over de gevolgen van een nieuwe wet, een nieuwe bureaucratische uiting van systeempijn. Iets wat het systeem van je wil, maar wat je in de praktijk alleen maar hindert.

Zie je, het is nog niet zo eenvoudig.

Ik wil dat er enige afstand is. De politie beschermt de democratie, handhaaft de wet en is het gezag op straat. Dat is nogal wat. Je bent verantwoordelijk voor maatschappelijke regels en grenzen die we hebben afgesproken in Nederland. Jullie stáán voor het systeem. Vandaar dat uniform. Eenheid door vorm. Opdat wij weten dat er geen individu tegenover ons staat op straat, maar ons gezamenlijke systeem. Die noodzakelijke afstand is omgezet in anonieme, maar ook herkenbare en krachtige kleding. Waakzaam en dienstbaar.

Maar. Je stáát voor het systeem. Je staat er tegelijkertijd ook vóór. Als je nodig bent, immers, doe jij die stap naar voren. Dat betekent dat je je niet kunt verschuilen áchter het systeem. De politie doet die stap naar voren, de mens staat altijd tegenover een mens.

Elk systeem kan mensen pijn doen. Kan ze beschadigen. Doet dat ook frequent. De mensen die je tegenkomt in je werk, zijn vaak mensen die ooit gekwetst zijn door het systeem. Ze voelen zich er vaak niet veilig in. Om welke reden dan ook. Ze hebben een verhaal. Is dat dan wat me op het hart ligt, wat ik jullie zo graag mee wil geven? Tegenover het grote gezamenlijke, het maatschappelijke systeem, zijn we allemaal een kleine minderheid. Vol onzekerheid. Vol kleine, diepmenselijke verhalen. Die verhalen maken ons bijzonder, maar ook bijzonder kwetsbaar. Voor de politie is het uniform bedacht. Zodat jullie tijdelijk je eigen menselijke verhaal uitschakelen. Wij als burgers kunnen dat niet – hoewel sommigen ons wel degelijk proberen te verschuilen, de een onder een hoodie en een petje, de ander onder een pruik en op hoge hakken. Achter de kracht van een uniform zit altijd dat menselijke verhaal. Realiseer je je dat genoeg? Dat iedereen telt?

Dus.

Beste politiemensen,

Het is de beste aanhef die ik kan vinden. De politie dat zijn jullie samen, dat is het systeemdeel van je functie. Je trotse uniform. Maar je bent en blijft ook een mens tussen mensen. Ik hoop dat je kunt zien hoe belangrijk dat is. Hoe imponerend je optreden ook moet zijn: je bent een mens. En je kijkt in de ogen van mensen. Kijken wij elkaar in de ogen?

Ik wens jullie alle goeds,

Tom