Ergens wil ik dus dat hardboiled-Hollywood-robocop beeld in stand houden

Beste Ylona,

Je vroeg me om mijn denkbeelden over ‘de politie’ met je te delen. Na te denken over welk verlangen er bij mij leeft als het de politie betreft en wat ik zou kunnen bijdragen aan de opdracht van de politie. Om zo uit te komen bij, mijn idee over, wat de maatschappij verlangt van jullie organisatie en welke rol mijn buurvrouw en buurman daarin spelen. Dit wegens jullie (Evelien, Maaike en jij) zoektocht naar hartstocht. Wat voor mij de vraag oproept: hoe zit dat met mijn hartstocht? En de de bovenstaande thema’s?

Mijn oom aan moederskant was wijkagent op Rotterdam Zuid. Het gerucht binnen de familie was dat Gerrit vooral om zijn indrukwekkende postuur geselecteerd en aangenomen was. Het was toen net na de oorlog. Jongens van bijna twee meter zag toen niet zo veel. Gerrit kon niet eens zwemen volgens m’n moeder. Zijn zoon, mijn neef, was ook bij de politie. Op verjaardagen kwam Hans vaak met stoere verhalen. Over nachtelijke invallen in hoerenkasten, bloedmooie zwarte vrouwen in korte peignoir-tjes of dat hij iemand na waarschuwing met helm en al van z’n knetterende brommer had geslagen.

Ik zag oom Gerrit nooit in uniform. Wel hing zijn politiepet altijd aan z’n kapstok. Af en toe mocht ik hem van hem op. Hij viel over m’n oren. Gerrit zat, als ik op bezoek was, onverschillig ketting-rokend in z’n luie stoel. Ooit jutte hij me stoïcijns op meer dan een dozijn oliebollen te eten. “Hier neem nog een bolletje”. Gerrit overleed na z’n pensioen aan longkanker. Hans ging van ‘de straat’ naar een plek achter een bureau. Los van z’n interesse in computers (toen nog een bijzonderheid) had ik de indruk dat hij ook was opgebrand door zijn ervaringen in de buitendienst. De koele kikkers waren misschien wel minder onaangedaan dan ik aan de buitenkant kon vermoeden. De omgang met (de dreiging van) agressie lijkt mij het zwaarste van agent (op straat) zijn.

Mijn horror en geweld spelen zich af op het veilige scherm. Daar haal ik ook het merendeel van mijn vooroordelen over politieagenten vandaan. Uit b-films en krimi’s. De filmclichés zijn hardnekkig. Hard en ongenaakbaar (hard boiled) zo zien we onze agenten schijnbaar graag. Agenten huilen niet. Soms worden ze corrupt neergezet. De acteur toont dan misschien lafheid maar nog steeds weinig kwetsbaarheid. Minder ‘fantastische’ kanalen zoals het nieuws tonen veelal agenten wanneer er iets mis gaat. Ik zie Nederlandse agenten avondklok-demonstranten neerknuppelen. Amerikaanse agenten hardhandig optreden tegen zwarten.

Omdat ik sinds enige tijd werk voor ‘de politie’ zie ik de organisatie ook van een andere kant. Daardoor valt positief nieuws of positief mediaoptreden me nu ook meer op. Net zoals na het kopen van een bepaald automerk je er ineens veel meer ziet rijden op straat. Ik wil een creatieve en gevoelige politie zien dus zie ik die. Ook via m’n scherm. In mijn ‘social-media-bubble’ wordt het beeld ‘agent’ al genuanceerd.

‘De politie’ betekent in mijn geval ook Evelien en jij. Ik herinner me de eerste keer dat ik jou ontmoete. Dat was bij ‘Affenkäfig’ een ‘driedaagse fantasietraining’ die Kim en ik georganiseerd hadden. Jouw openheid voor de ‘zweverige’ dingen die Kim en ik uit de kast trokken bevestigde mijn vermoeden over dat er ‘meer’ is en ‘meer’ kan.

Voor mij gaat het om vinden van speelruimte. ‘Magie’, ’spiritualiteit’ en ’het onderbewuste’ zijn voor mij thema’s die de luiken van het denken open zetten, de grenzen verleggen en zo leiden tot grotere verrassingen. Over wat voorstelbaar en mogelijk is. Al is het maar om troost. Gedeelde fantasieën werken voor mij als een antidepressiva. In het zoeken naar speelruimte zit voor mij ook nog de veiligheid van het spel. Het viel me op jij je zonder voorbehoud kon ‘geven’. Jij vertrouwd op je gevoel. Dat wil ik ook (nog meer) kunnen. Jouw verhaal over jouw ervaringen met paarden en hoe die tijdens zo’n kuur op jouw energie reageren onderstreepte dat er meer is en meer kan. Voor mij was het een bevestiging dat ook ‘agenten’ zoeken naar ‘meer’.

Ergens daar zit iets. Jij bent natuurlijk veel meer dan een ‘agent’. Net zoals ‘de politie’ behalve een organisatie ook een idee is. Definities en hun bijbehorende hokje bieden naast (vermeende) overeenstemming ook beperking. Vanuit aannames is het sneller schakelen. Nuance kost tijd. Soms hoor ik jou ook mopperen op karakteristieken van ‘de agent’. Veelal bedoelen Eveline en jij dan een bepaald types binnen hun organisatie die rechtlijniger in elkaar lijken te zitten dan jullie.

Onze organisatie is een ‘blauwe’ organisatie hoor ik vaak zeggen (niet alleen door de politie). Er wordt dan meestal hiërarchisch en gestructureerd bedoeld maar ook formeel, rationeel en berekenend. Ik heb daar altijd een beetje moeite mee. Het zegt meer over het denken over de organisatie dan over de organisatie zelf. Ik bedoel de organisatie van mensen. Er is misschien een manier van werken maar daarmee zijn die mensen niet gedefinieerd. Organisaties zijn vreemd, kleurijk en complex omdat mensen vreemd, kleurijk en complex zijn.

‘Blauw’ past misschien wel bij de in het collectieve brein verankerde idee over orde handhavers. Regels zijn regels. Agenten als uitvoerders van de macht. Op een bepaalde manier maken de mensen die het politieuniform aantrekken ook gebruik van. Ze nemen een rol in binnen verwachtingen. De ongenaakbare ‘agent’ zijn bied een buffer die hun kwetsbare ‘persoon’ op een bepaalde manier buiten schot houd.

Ik wens me ook onkwetsbaar. Mijn angst is vaak groter dan m’n verlangen. Angst voor agressie. De reden waarom ik denk geen goeie agent te zijn is de reden waarom ik de politie nodig denk te hebben. Ergens wil ik dus dat hardboiled-Hollywood-robocop beeld in stand houden. En dan ook nog een één die aanwezig is op precies het juiste moment. Maar ik ben en ik blijf kwetsbaar net als iedereen.

Ik zag laatst op het nieuws (weer veilig achter m’n scherm) een jeugdbende in de sloppen van een of andere Franse buitenwijk een voetganger helemaal afronselen. Je zou door dat soort gangsters verdomme je buurt uit worden gejaagd. Bij het zien van zulke gruwel verdwijnt nuance. Robocop kanonnen los! Rationeel weet ik ook wel dat die gasten neerknuppelen geen duurzame oplossing is. Maar emotioneel gezien wil ik dat dat soort straatcriminelen, dealers en ander gajes ver weg bij me gehouden wordt.

Het beeld van het Franse afranseling roept beelden op van momenten waarin ik zelf in het nauw gedreven was. Meestal kon ik met m’n postuur (ik heb wel wat weg van oom Gerrit) wel door netelige situaties heen bluffen. Maar toen het op vechten aankwam verlamde ik. De overtuiging over m’n machteloosheid en besef van kwetsbaarheid zorgt er ook voor dat ik minder geneigd ben om corrigerend op te treden. Ook in situaties waarin ik zou kunnen vertrouwen op bijval van anderen wacht ik liever af.

Mijn latente verlangen ten aanzien van de politie zou kunnen gaan over het vinden van vertrouwen in mijn eigen weerbaarheid en het winnen aan vertrouwen in de medemens (ook in drugsdealende straatschoften en politieagenten).

Als ‘kunstenaar’ zou ik willen bijdragen aan de verdere verrijking van denkbeelden rondom de politie en de blauwheid van de organisatie (en daar zijn we al mee bezig). Het spoor waar op we in onze gezamenlijke onderneming ‘de Krakeling’ zijn beland vind ik daarom heel prikkelend. Steeds meer kwam het belang van de ‘zachte’ kant van de mensen binnen de organisatie naar boven. Professioneel zijn we allemaal en we doen allemaal ons best maar wat speelt er nog meer? Wat brengen mensen binnen jullie organisatie nog meer mee naast hun inbreng als ‘agent’ of ‘innovatie-agent’? Van dat onderzoek gaat mijn hart in ieder geval sneller van kloppen.

Voor nu laat ik het hier bij. Over hoe het verder zit met mijn hartstocht, daar kauw ik nog even op (daarvoor voel ik me nog te kwetsbaar), net zoals eventuele fantasieën over een toekomst van de politieorganisatie en hoe het verder moet met de maatschappij (daarvoor voel ik me nog niet slim genoeg).

Met vriendelijke groet,

Barry