De wil om te helpen

Beste politiemens,

Wat ben je mooi. Bedankt dat jij er bent en je inzet voor de maatschappij, de burgers, je collega’s en jezelf. Dat is niet altijd makkelijk. Dat kan ik me voorstellen.

Hoe moeilijk moet het zijn om te staan voor iets, zonder tegelijk tegen iets anders te zijn? Voor mensen of groeperingen op te komen, zonder direct andere mensen of groepen uit te sluiten of tegen je te keren? Hoe moeilijk moet het zijn om de organisatiewaarden en -normen uit te dragen en te verenigen met je eigen waarden en normen, en andersom? Hoe moeilijk moet het zijn om je eigen identiteit te ontdekken en behouden, en tegelijk afstand hiervan te doen omdat het uniform gaat om de organisatie en het uitstralen van eenheid en collectiviteit? Hoe moeilijk moet het zijn om voor een organisatie te staan, terwijl die organisatie niet altijd voor jou kan of wil staan? Hoe moeilijk moet het zijn om te incasseren; klappen, kritiek, teleurstellingen? Van de burgers, leidinggevenden, collega’s en jezelf. En toch met opgeheven hoofd en vertrouwen aan het werk te gaan. Te doen wat er gedaan moet worden om de maatschappij veilig te houden of maken.

Ik gun ieder politiemens de vrijheid en het vertrouwen om zichzelf te zijn. Om met plezier naar het werk te gaan en het verschil te maken dat zij wilden maken toen zij zich aanmelden voor een baan bij de politie. Want dat is toch wat ieder politiemens drijft? Maatschappelijke betrokkenheid. Ik gun ieder politiemens betrokkenheid vanuit de maatschappij en vanuit de organisatie. Betrokkenheid bij de mens achter de functie. Of dat nu in uniform is of niet.

Ik gun ieder politiemens gelijkwaardigheid, trots en compassie. Voor elkaar, zichzelf en ‘de klant’. Een werkelijk tolerante en inclusieve politiecultuur. Een werkplek waar iedereen gewaardeerd wordt om zijn unieke kwaliteiten en waar geluisterd wordt naar elkaar.

Ik gun de maatschappij een politieorganisatie waarin psychologische veiligheid de boventoon voert en waarin politiemensen de ruimte, het vertrouwen en de kracht vinden om zichzelf te zijn en zo van waarde te kunnen zijn voor zichzelf, elkaar en de maatschappij.

Pas als je zelf in je kracht staat en niet afgeleid wordt door een strijd om jezelf te mogen zijn, kun je je energie en waarde richten op het werk. Politiemensen worden in mijn ogen gedreven door de wil om mensen te helpen, de wil om veiligheid te bieden. Waar ik mij nu afvraag of deze wil niet juist doodgeslagen en uitgedoofd wordt, gun ik alle politiemensen dat deze wil gestimuleerd en aangewakkerd wordt door de organisatie en de maatschappij.

Bovenal wens ik jou, politiemens, dat je krijgt wat jij voor jezelf en je collega’s wenst. En dat we samen mogen werken aan een veilige maatschappij. Dat we het aandurven om elkaar te helpen, elkaar te zien en onszelf te laten zien.

Liefs,

Joyce