Toen ik nog een kleine jongen was…

Beste agent,

Vroeger toen ik nog een kleine jongen was, en meer dan genoeg kattenkwaad uithaalde, zag ik je steeds als een vriendelijke gezagsdrager. Niet altijd capabel, want te vaak achter de feiten aanhollend, maar ik had wel een gezonde portie ontzag voor je. Het was nog de tijd van “oom agent” en ”de politie is je beste vriend.” Ik moest lachen over verhalen van de bef. Je kent hem misschien nog wel. Een uit de kluiten gewassen motor agent van de gemeentepolitie Maastricht die zijn bijnaam te verdanken heeft aan enkele kenmerkende gelaatstrekken. Hij was het stereotype van een blauwe, govie of smeris. En de schrik voor elke jongen met een opgevoerde brommer. Waaronder ik.

Ik was vroeger almaar geboeid door politiewerk. Heb daarom ook veel films, series en documentaires gekeken. Vond het werkterrein altijd interessant. Aan de ene kant een dienende functie naar de maatschappij toe en aan de andere kant het bestrijden van misdaad. “To protect and serve”. Jij was (toen nog veelal) de man die op jacht ging naar boeven en allerlei ander gespuis van de straat hield. Een soort superheld. Dag en nacht in de weer voor belangrijk en zinvol werk. Je gaf me een veilig gevoel. Ik vond het spannend en dacht er zelfs over om ook bij de politie te gaan werken.

Nu ik volwassen ben, heb ik nog steeds veel respect voor het beroep van politie agent of agente, want er werken nu gelukkig ook veel meer vrouwen bij de politie.

De Nederlandse politie hoort ongetwijfeld tot de beste ter wereld. De opleiding lijkt me adequaat en de hedendaagse politieman of vrouw maakt over het algemeen een degelijke en vakbekwame indruk. Enkele excessen daargelaten, mogen we zeker trots zijn op de Nederlandse politie.

Het romantische beeld dat ik vroeger had, is helaas wel voorgoed verdwenen. Van de ouderwetse verworvenheden en glamour lijkt thans niet meer veel van over. De maatschappij is verhard en verruwt. De reorganisaties van de afgelopen decennia binnen het politie heeft het werk van een agent en de relatie tot de burger tevens ingrijpend veranderd. De werkomgeving is professioneler geworden en het takenpakket is uitgebreid. Oom agent is nu voornamelijk een (opsporings)ambtenaar geworden met beleidsstrategieën, verandertrajecten, speerpunten, focuspunten en targets bij de handhaving. Het politievak lijkt me ook veel hectischer en stressvoller dan vroeger. Met name in het alledaagse contact met burgers. De haperende ICT en doorgeschoten bureaucratie maakt het werk er ook niet makkelijker op. Tijden zijn echt veranderd.

Toch denk ik niet dat dit het hoofdprobleem is binnen de politieorganisatie. Ik heb zelf ook voor de overheid gewerkt en gezien dat de relatie tussen gezag en burgers de laatste jaren fundamenteel veranderd is. De menselijke maat lijkt verdwenen te zijn in de scope van beleidsmakers en leidinggevenden. Zowel intern als extern.

Om eens kort over het interne aspect te hebben. Ik lees vaak – naar mijn mening veel te vaak – dat politieambtenaren weggepest worden of dat de sfeer bij deze of andere afdeling veel te wensen overlaat. Er heerst een angstcultuur en met critici of dwarsliggers wordt  soms meedogenloos afgerekend. Een paar voorbeelden. Onrust bij de Dienst Koninklijke en Diplomatieke beveiliging. Discriminatie bij het Korps Rotterdam, waar racistische Whatsapp berichten over een moord van een 16 jarig meisje  enorme woede uitlokken bij de nabestaanden. En tenslotte. Het meest treurig. De zelfmoord van een politieman bij de team Werken onder dekmantel.

Dit zijn maar enkele voorbeelden die de laatste tijd de nieuws behaalden. Het lijken me meer dan enkel incidenten. Ik vrees dat het probleem nog breder en dieper zit in de politieorganisatie. Het is een erg gesloten cultuur. Met een teveel aan wij tegen de rest mentaliteit, waardoor misstanden niet altijd naar buiten gemeld worden. Ook een machocultuur, waar de leidinggevende moeilijk met tegenspraak of kritiek kan omgaan. Dat kan tot problemen leiden. Strakke hiërarchische lijnen passen niet zo binnen de Nederlandse cultuur, zeker als de scoringsdrift of de bestuurlijke waan van de dag buitenproportioneel vormen begint aan te nemen binnen de leiding. Collega’s die niet tegen de druk zijn opgewassen worden ofwel weggepest, gaan met ziekteverlof of nemen zelfs ontslag. Ongeacht het talent of ervaring. Dit moet consequenties hebben voor de slagkracht en veerkracht van een organisatie. Dat is erg jammer.

Dan nu het – wat ik dan maar gemakshalve het externe aspect noem. We zijn dan aanbeland op wat een groter maatschappelijk fenomeen of probleem geworden is en in toenemende mate aandacht verdient. En dat is de doorgeschoten rationalisatie of het efficiencydenken op het gebied van bedrijfsvoering binnen de (centrale) overheid, waar uitvoeringsinstanties steeds meer als machines worden beschouwd.

Sinds de reorganisatie van de (regionale) Politie naar de nationale Politie is er een hoop veranderd. Niet altijd ten goede. Alles moest op de schop en de reorganisatie is er echt van bovenaf – te snel – doorheen gedrukt. Ook was het een regelrechte bezuinigingsoperatie. Alles moet efficiënter, sneller en goedkoper. Veel ervaring en deskundigheid is als een gevolg daarvan overgeplaatst of weggesaneerd. Niet alleen het ondersteunend personeel maar ook de operationele sterkte is verzwakt. Kijk maar naar de recherche en andere opsporingsdiensten binnen de politie  die kampen met een chronisch capaciteitstekort. Jammer ook dat de preventieve kant van misdaadbestrijding daarbij het onderschoven kind is. De wijkagent is nog meer van het straatbeeld verdwenen, Criminaliteitspreventie is zo helemaal als beleidsoptie verdwenen en de politie is louter repressief aan het opereren. Dat moeten wij als maatschappij niet willen.

Beste agent. Ik heb soms met je te doen en ik wil je niet met al het voorgaande in de put praten. Wil de oude tijd ook niet romantiseren en ben ook geen (organisatie) deskundige. Maar ik ben zeker ook niet de enige die deze problemen ziet en wil graag zien dat het je goed gaat. Je verdient immers alle steun en waardering voor het moeilijke en uitdagende werk dat je dagelijks door wind en weer voor ons doet.

Als ik een paar dingen zou mogen noemen om jouw werk beter en aantrekkelijker te maken, dan zou ik allereerst willen pleiten om de menselijke maat – in de meest brede zin van het woord – weer terug te brengen in jouw organisatie. En dat betekent in de eerste plaats dat er meer mensen weer bij de politie moeten komen. Niet alleen meer blauw op straat, maar ook meer rechercheurs bij zeden, cyber en andere ondersteunende diensten. Vooral ook meer forensische accountants en boekhouders om de georganiseerde criminaliteit, witwassen en ondermijning te kunnen bestrijden, Want daar is naar mijn mening nog sprake van een ernstig tekort en daar valt (vaak letterlijk) nog heel veel winst te halen.

Ik wil ook dat jij je beter in je vel voelt. Dat jij je altijd gesteund voelt en dat je ruimte hebt om je frustraties op je werk te uiten en een luisterend oor vindt bij je collega’s en leidinggevende. Want stress en hectiek zullen altijd wel deel uitmaken van je werk. Dat je motiveert blijft omdat jij tijdens jouw loopbaan voldoende naar je talent kunt ontplooien met voldoende opleidingsmogelijkheden en professionele uitdagingen. En dat je daarbij een passend salaris ontvangt, vooral ook als je in de Randstad moet werken.

Want om motivatie draait het volgens mij om. Politiewerk blijft mensenwerk dat door gedreven en vakbekwame mensen moet worden uitgevoerd. Dat zal altijd zo blijven, hoeveel reorganisaties, veranderingen en nieuwe (maatschappelijke) ontwikkelingen er ook nog zullen volgen.

Ik wens je veel succes en sterkte daarbij.

Maurice