Toen ik als politiemens (nog als een kleine jongen)…

Beste Maurice,

De aanhef van je brief trok mijn aandacht.

Laat ik mij kort even voorstellen. Mijn naam is Cees, 63 jaar en echtgenoot van Annette; vader van 2 zoons met eigen gezin en opa van 4 (of eigenlijk 5) kleinkinderen tussen de 11 en 7 jaar. Ik woon in Arnhem. Begin volgend jaar werk ik 47 jaar bij de politie. Ooit in 1975 begonnen als ‘wachtkamer-aspirant’, waarna ik de opleiding volgde in Apeldoorn voor agent (eigenlijk voor wachtmeester, want ik had gesolliciteerd bij de Rijkspolitie). Zo’n 15 jaar heb ik in het (zogeheten) operationele proces gewerkt in diverse functies, met name in ‘het blauw op straat’. Daarna een aantal jaren als opleidingsadviseur/trainer bij de politie in de omgeving Apeldoorn, waarna ik (na de nodige zelfstudies op het gebied van Personeel en Arbeid) in het vakgebied HRM terecht ben gekomen. Ik was HR-adviseur, beleidsmedewerker HRM en op twee plekken in Nederland Hoofd P&O (heet nu dus HRM). Ook werkte ik een aantal jaren op het Ministerie van BZK, waar de politie toen onder viel. Zonder hautain te willen klinken heb ik dus een aardig breed beeld ontwikkeld op het politievak.

Toen ik nog een kleine jongen was, was het niet mijn ultieme droom om bij de politie te gaan werken. Maar na het afronden van MAVO-4 wilde ik aan het werk. Zowel mijn vader als mijn latere schoonvader werkte als militair bij Defensie. Maar de krijgsmacht leek mij niet echt iets. In de NCRV-gids (mijn ouders waren van gereformeerde huize) stonden wervingsadvertenties van de gemeentepolitie en de rijkspolitie. Bij de laatste werd ik, na de selectieprocedure, aangenomen met bovenstaande loopbaan als gevolg.

Wat een mooie beschrijving noem je in jouw brief van je beeld dat je als kleine jongen had van de politie. Ik praat wel eens met mijn kleinkinderen over de politie en hun beeld daarvan. Ook anno 2022 is er (in elk geval voor een deel) bij kinderen nog eenzelfde beeld. Ik heb het idee dat dat beeld hen ook wel een gevoel van bescherming geeft, naast ouders, school etc.

Ik lees met enig genoegen je constatering in het begin van je brief dat de Nederlandse politie tot de beste ter wereld behoort. Volgens mij is dat ook nog steeds zo, als ik diverse onderzoeken mag geloven (en waarom ook niet?). Vervolgens geef je aan dat dit beeld helaas wel voorgoed verdwenen is. Dat is jammer en ik zal, vanuit mijn perspectief, pogen te benoemen waarom ik dit vind. Ik herken overigens zeker heel wat ontwikkelingen die je, als burger – dus met een blik van buiten – benoemt.

Toen ik als politiemens (nog als een kleine jongen) na de opleiding aan het echte werk begon, waren politie-eenheden een stuk kleiner. Zelf ging ik werken in Papendrecht met ongeveer 35 personeelsleden die in die plaats de complete politietaak uitvoerde. En dat was voor Rijkspolitiebegrippen (de RP werkte in dorpen met minder dan 25.000 inwoners) al best een redelijk grote landgroep van de politie. In grotere plaatsen/steden was er de gemeentepolitie. Die waren in omvang vaak wel veel groter, maar daar werkte men dan weer met ploegensystemen. Zo’n ploeg was dus eigenlijk weer ‘klein binnen groot’.

Maar tijden zijn veranderd, zoals je zelf ook constateert in je brief. Ik zal niet alle veranderingen en reorganisaties afzonderlijk beschouwen, maar de laatste, de vorming van de Nationale Politie, is wel een reorganisatie geweest van zeer grote omvang en met de nodige impact. Zowel voor de werkwijzen, procedures, regelgeving en dus vooral voor de medewerkers. Ooit las ik in een beleidsstuk dat in een managementteam, waar ik deel van uitmaakte, de opmerking dat er sprake was van een ‘ritmisch lemniscaat’. Ik had op dat moment dat dit stuk behandeld werd geen notie van wat er hiermee bedoeld werd. Toen ik na de vergadering vroeg aan een collega MT-lid of zij wel wist wat dit betekende, bleek dat ook niet het geval. Ik vroeg dus de opsteller van het beleidsstuk naar de betekenis. Het schijnt een term te zijn uit de muziekwereld, hetgeen een regelmatig terugkerend patroon aangeeft. En daarmee wordt, naar mijn idee, mooi weergegeven hoe de organisatieontwikkeling van de politie door de jaren heen zich heeft getoond. Steeds wel in een andere tijd en met een andere context kom je dezelfde patronen tegen.

Op papier spreken we door de jaren heen binnen de organisatie steeds dat we ‘een lerende organisatie’ willen zijn. Maar mijn constatering is wel dat we de competentie ‘lerend vermogen’ niet echt serieus nemen of hebben genomen. Tot op de dag van vandaag zie ik in de organisatie dat men keuzes maakt (en vaak met de beste bedoelingen op dat moment) waarbij niet geleerd wordt van het verleden.

Laat ik een klein voorbeeld noemen. Op dit moment is medewerkersparticipatie een begrip dat op allerlei niveaus en fronten gepredikt wordt in de politieorganisatie en dat (zo lees ik) de volle aandacht heeft. Een definitie van medewerkersparticipatie is dat dit gericht is op het betrekken van de kennis, kunde en ervaring van medewerkers bij de voorbereidingen en beslissingen in (de uitvoering van) en over (de organisatie van ) het werk. Alleen spreek ik in mijn huidige functie wel heel vaak collega’s die hier helemaal geen gevoel bij hebben, sterker nog die beelden weergeven die ‘sporen’ met wat constateringen die jij in je brief ook aanhaalt.

Ik schreef eerder dat ik in Papendrecht begon als agent. En dat was halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw. Het was een politiegroep met veel jonge collega’s. Na enkele jaren had een groepje jonge collega’s (waaronder ik) bij voortduring nogal kritiek op de wijze waarop de leiding van die politiegroep handelde. En die kritiek staken we niet onder stoelen of banken. Een ‘meesterlijke zet’ van de toenmalige leidinggevende groepscommandant was dat hij de 4 zeer kritische collega’s (waaronder ik) uitnodigde om vanaf dat moment deel uit te maken van het managementteam en de ruimte gaf volledig mee te praten. En zo geschiedde. Maar na nog geen drie maanden hebben we zelf verzocht ‘ontheven’ te worden van deze taak. We hadden gezien en gevoeld wat het was om als leidinggevenden keuzes te maken.

Moraal van dit verhaal is dat ik denk dat het in de ‘lerende organisatie’ die we willen zijn toen en nu nog te veel ontbreekt aan waarachtige nieuwsgierigheid. Nieuwsgierig naar de ander en haar/zijn denkbeelden, kennis en ervaring om met de kracht van het verschil betere keuzes te maken. Groter (zoals de Nationale Politie nu gevormd is) is niet altijd beter. Tenzij je, met inachtneming van het verleden en de zaken die we daaruit geleerd hebben, vooruit kijkt en daarbij de intelligentie van alle medewerkers benut. Dat zal een enorme oppepper zijn voor het gevoel dat velen in de organisatie nu hebben. Gehoord en gezien worden, de verbinding met elkaar zoekend en de focus gericht houden op (wat wij noemen) de ‘buitenwereld’. En ja, daar is ‘de menselijke maat’ (zoals jij het in je brief noemt) dus voorwaarde voor.

We zijn een heel diverse organisatie. En dan heb ik het niet zo zeer over man/vrouw; etniciteit; generaties; gender etc. Maar ik doel dan op het feit dat het ruim 70.000 individuele mensen met verschillende kwaliteiten en competenties zijn. Daar is geen blauwdruk overheen te leggen. Dat moet je ook niet willen.

Tot slot zou ik nog een persoonlijke ervaring met je willen delen.
Volgend jaar ben ik van plan te gaan stoppen met werken en met vroegpensioen te gaan. Nu ik dat in mijn omgeving kenbaar heb gemaakt is me al een aantal keren de vraag gesteld hoe ik al die jaren zo gemotiveerd heb kunnen blijven. Want nog elke dag ga ik ‘fluitend naar het werk’, maar ga ik ook opgewekt weer naar huis. Natuurlijk heb ik in de loop van die jaren ook veel ellende en verdriet gezien. Maar wat ik nooit zal vergeten zijn de momenten waarop ik in de ogen van een ander, of dat nu een burger was die om hulp vroeg, of een collega met wie ik in gesprek was, een blik van herkenning en erkenning zag. In de ogen van een ander zie je het effect van jouw handelen. Ik heb die momenten niet geteld, maar dat is ook niet nodig.

Ik hoop dat als je deze brief leest, dat ik in je ogen iets kan zien van wat het politiewerk in onze samenleving zo nuttig en gewaardeerd maakt. Dat drijft volgens mij veel collega’s (in elk geval mij) om het uiterste uit zichzelf te halen in het werk om Nederland een beetje mooier en een beetje veiliger te maken.

Want het is de moeite waard!!!

Ik wens je een mooie en veilige leefomgeving toe.

Vriendelijke groet

Cees.