Lieve jij,

Deze brief is voor jou. Of je nu wel of geen een blauw hart hebt. Allemaal zijn we burgers. Allemaal zijn we mensen. En allemaal willen we diep in ons hart hetzelfde.

De wereld kleurt steeds meer zwart. En dan heb ik het niet over het virus. Het virus is slechts een korreltje zand in de machine. Een machine die door ons is gebouwd en die we krampachtig in beweging proberen te houden. De machine van het veiligheidsapparaat. De machine van de zorg. De machine van de wereld economie. En zo sleutelen we dag en nacht aan al die machines. Maar deze machines zijn niet datgene wat ons uiteindelijk in leven houdt.

Dat is ons hart.

In jullie brieven lees ik veel over het missen van menselijkheid. Het niet gezien en gehoord worden. Maar is het niet zo dat we onszelf eigenlijk ook als een soort machine zijn gaan zien? Wanneer het hapert, willen we het gelijk repareren. Want stel je voor dat we stuk gaan. We doen er alles aan om de machine op volle toeren te laten draaien. We bannen alle risico’s uit en we proberen de omstandigheden zo optimaal mogelijk te houden.

Klinkt dit menselijk voor je?

Toch is dit wel wat wij onszelf dagelijks aan doen. We mogen niet meer haperen. En laat dat juist datgene zijn dat wij nodig hebben om de wereld weer kleur te geven. Weer perspectief te geven.

Mijn hart hapert momenteel. Ik word intens verdrietig van de wereld die nu aan het ontstaan is. Vrezend dat mijn zoontje van 5 later geen vergezichten kent zoals wij die altijd als vanzelfsprekend hebben ‘gezien’. Dat hij zich staande moet houden in een mondiaal gevecht om de machines in leven te houden. Is er dan nog steeds een plek waar hij zich veilig kan voelen. Zichzelf kan zijn?

Tijdens het schrijven van deze brief, prikken mijn ogen. Ik laat het toe. Ik wil het haperen voelen. Ik wil voelen. Voelen dat ik in deze wereld wel het goede doe en of ik het goed doe. Twijfels, onzekerheden, angsten, fysieke ongemakken. Mogen ze er zijn?

Wat zeg jij?

Mag jij haperen van jezelf? Mag een ander haperen van jou? Helaas zijn we geneigd om de tweede vraag sneller met een ja te beantwoorden dan de eerste. We verwachten van onszelf te vaak om als een machine door het leven te gaan en denken dat de ander dat ook van ons verwacht.

En misschien ligt daar wel een deel van de oplossing voor meer menselijkheid in de samenleving, binnen de politieorganisatie.

Het begint bij jezelf. Het is juist het ongemak dat de mens dient. Het voelen van ongemak boort ons wonderlijke vermogen aan: onze verbeeldingskracht. Het zwart kleuren van de wereld geeft mij een ongemakkelijk gevoel. Het liefst kijk ik weg. Maar wanneer ik het recht aan kijk, zie ik dat zwart niet zonder wit kan bestaan. Dus dwingt het mij op zoek te gaan naar een wit canvas die ik zelf van kleur kan voorzien.

Zo zie ik voor me dat mijn zoontje bij de politie werkt – want dat wil hij heel graag als hij groot is – in een rood pak. Want dat is zijn lievelingskleur. Voor hem betekent de kleur rood heldenkracht. Voor mij hartenkracht. Dagelijks deelt hij complimenten uit aan zijn medeburgers. En als hij een burger moet aanspreken op zijn misstappen, gaat hij op zoek waarom het bij die persoon hapert. Hij luistert. Hij voelt. Hij spreekt. In een samenleving die het samen doet.

Dus fijn medemens. Of je nu een blauw, geel, paars of rood hart hebt. Ik gun je momenten van hapering. En het niet gelijk willen repareren. Sta het toe. Zie jezelf. Hoor jezelf. Voel jezelf. Samen brengen we zo menselijkheid terug in de samenleving en houden we het hart van ons allen levend.

Allemaal zijn we radertjes van de machine. Ook van die blauwe machine. Dus wanneer jij een andere kant op draait, draaien er misschien wel een of twee andere met je mee.

Weet dat ik dan heel graag met je mee draai.

Veel liefs,

Maaike