Hoe individueel mag de politie zijn?

Voor burgers en politiemensen

Hallo,

Mijn naam is Gunter. Ik ben net geen 50, gescheiden en trotse vader van Vic, mijn 12 jarige zoon. Ik werk bij de politie, maar… niet bij de Nederlandse politie. Bij de Belgische politie. Ik ben een Belg trouwens.

Toen ik in contact kwam met dit ‘hartstocht’-project, voelde ik bij mezelf dat het iets triggerde. Je leest hoe er positieve verbinding en begrip tot stand worden gebracht door politiemensen – toch wel mooi woord als ik het zo nalees – en burgers – of misschien moet ik ze consequent burgermensen noemen – met elkaar te laten corresponderen op een manier die dateert uit een tijd waar mensen op hun kalender leefden en nog niet op hun klok. Heel slim gezien!

Ik heb er dit weekend nog veel over nagedacht. Zoveel zelfs dat ik in mijn pen gekropen ben!

De reden waarom het me triggert is omdat het project me brengt naar de vraag: “Hoe individueel mag de politie zijn?”. Een vraag waar ik al uren, dagen over heb zitten denken. De reden waarom ik niet echt tot een antwoord kom is omdat principes en pragmatiek hier haaks op elkaar staan en ik er niet echt uit kom hoe ik ze kan verzoenen. Laat me je meenemen in mijn gedachtegang door eerst even over dat principiële te mijmeren en vervolgens over die pragmatiek.

De “principiële Gunter” redeneert als volgt: Als je politie en justitie in een pannetje op een vuur zet, zachtjes laat uitkoken tot al het vocht van de hedendaagsheid er uit is en er alleen nog essentie is, wat zie je dan? Volgens mij de drie principes waar het ongeveer 200 jaar geleden mee begonnen is. De principes van de Verlichting zoals die in Frankrijk voor het eerst vorm hebben gekregen: “Vrijheid, gelijk verdeeld in een geest van broederlijkheid”. Dat zijn de fundamenten waar onze Westerse democratieën op gebouwd zijn. Wij, als dienaars van de rechtstaat, waken over die gelijke verdeling van die individuele vrijheid. “Recht boven macht”, dat bieden wij de samenleving. De sterksten mogen hun macht niet gebruiken om de zwakkeren hun recht en hun vrijheid te ontnemen. Doen ze dat wel, dan zijn wij daar om daar op in te grijpen.

Gelijk verdeeld betekent ‘uniform’. Dat vind ik altijd een leuke vraag trouwens om aan operationele politiemensen te stellen! Namelijk, “Waarom draag jij een uniform?”. De meesten moeten dan even slikken. Ze hebben daar wel een vaag aanvoelen van, maar hebben het lastig om dat aanvoelen onder woorden te brengen. Wat ik vaak onmiddellijk toevoeg is dat het absoluut niet helpt om de criminaliteit te bestrijden. Het domste wat je kan doen om criminelen te pakken is in een fluo pakje op straat te lopen met een hoog “hier-ben-ik-dan” gehalte. Vraag dat maar aan al die rechercheurs die in burger werken. Dus dat kan niet de reden zijn.

Nu, volgens mij zijn er 3 redenen. De eerste reden is dat “gelijkheid” als principe visueel vertaald wordt in ‘uniformiteit’! De meeste komen wel tot dat inzicht.

De tweede reden is volgens mij “collectiviteit”. “Als je aan mij raakt krijg je heel de blauwe familie achter je aan.” is een tweede boodschap van dat uniform. Volgens mij ligt daar ook de reden waarom je moeilijk politiemensen kan vinden om brieven te schrijven. Voor veel politiemensen staat “collectiviteit” voor “veiligheid” en wie die “collectiviteit” verlaat, laat een stuk veiligheid achter zich. Dat doen politiemensen niet graag. Politiemensen hebben vanuit een behoefte aan veiligheid liever dat burgers tegen een grote blauwe muur aankijken dan tegen een klein blauw mensje.

De derde reden – en hier komt de pragmatiek al om het hoekje kijken – is de manier waarop wij onze rechtstaat tot stand brengen. Wij creëren een rechtstaat door eerst en vooral de illusie van een rechtsstaat te creëren. Om deze illusie te zien moeten we met een aantal harde feitelijkheden beginnen. Neem nu waar ik woon, een kleine gemeente die de bestuurlijke overheid is van haar eigen politiezone . De gemeente telt een 35.000 tal inwoners. Het korps is 90 medewerkers sterk en heeft in het beste geval 3 ploegen met 2 agenten op de baan. Als je de verhouding tussen het aantal politiemensen en het aantal burgermensen bekijkt dan merk je snel dat het onmogelijk is om een feitelijke rechtsstaat te realiseren. En toch. Toch geloven al die 35 000 mensen dat ze in een rechtstaat leven. Wonderbaarlijk! Magisch zou ik durven zeggen. Voor mij is dit blauwe magie! Het tart elke realiteitszin en toch is het waar! Door de politie en justitie is de rechtstaat een illusie die zichzelf bewaarheidt! Door iedereen te laten geloven dat ze in een rechtstaat leven, houden burgermensen zich aan de regels en is die rechtstaat er effectief! Door die blauwe magie hou ik zo van de politie, by the way. Gewoon door die blauwe magie wordt iedereen die er werk sowieso boven zijn mogelijkheden getild. Enfin, dit geheel ter zijde.

Terug naar mijn discours. Het belangrijkste nut van het politie zit in de manier dat die magie geboren wordt. Al wie kinderen heeft, heeft die magie zien ontstaan en de rechtstaat van morgen zien geboren worden. Telkens als een hulpdienst door de staat rijdt, trekt het de aandacht van de baby’s in de straat. Eens peuter begint elk kind dat fenomeen te benoemen. Vaak begint het als “wie woe” om vervolgens door de ouders bijgeschaafd te worden tot de woorden “politie” of “brandweerman” – bij ons zeggen ze “pompiers” – of “ziekenwagen”. De impressie wordt versterkt door de blauwe zwaailichten. De blauwe magie zie je naar mijn mening het beste als het donker is in de kamer en het plafond wordt gekleurd door dat diepe magische blauw van de zwaailichten.

Volgens mij kan iedereen zich zo’n moment herinneren. Een door een zwaailicht gekleurd plafond en de gedachte “Wat is dat blauw mooi!”. Eens kleuter leert het kind wat die hulpdiensten eigenlijk zijn, een zorgende, hoedende en corrigerende hoger macht. Makkelijk te vatten voor zo’n kleuter want dat is net wat “mama en papa” zijn. Een zorgende, hoedende en corrigerende hoger macht. Eigenlijk zijn de hulpdiensten de “mama en de papa” van de mama en de papa! Mama en papa zijn er altijd en dus met een minimale zichtbaarheid in het straatbeeld, gerealiseerd door striping, sirenes, zwaailichten en , jawel, uniformen, wrijft die eigenschap af op ons, politiemensen. Voor mij, en nu maak ik het zoveelste zijsprongetje, is dit punt een belangrijke reden waarom het soms zo stroef loopt met burgermensen uit andere culturen. Hun mama en papa kennen de politie niet als zorgende hoeders en geven de blauwe magie dan ook niet mee in de opvoeding. Trouwens, weer een zijsprongetje, als leidinggevende bij de politie mag je nooit kwaad zijn op medewerkers die met hun zwaailicht en sirene door een woonwijk rijden. Het is nodig voor onze magie.

Met deze derde reden zoals hierboven beschreven is op een vlotte manier de overgang gemaakt naar de “pragmatiek”. De “pragmatische Gunter” zegt dat we er alles aan moeten doen om onze blauwe magie te houden en de verbinding met de burgermensen en vooral de mama- en de papamensen te koesteren. We kunnen niet zonder. “Coût que coût” zoals de Fransen zeggen of “kost wat kost” zoals wij het hebben overgenomen. En nu, nu, komt het spel op de wagen, die gelijkheid zoals die in onze essentie zit leidt niet meer tot verbinding. We leven in een tijd van individualiteit. Burgermensen willen niet meer gelijk zijn. Ze willen uniek zijn en de ultieme erkenning van die uniciteit is begrip. We willen begrepen worden. Of nee, beter in deze era van romantiek waar gevoel centraal staat, meer dan de rede, willen we ons begrepen voelen. “Niet gelijk, maar geënt op wie ik ben”, zo wil de burgermens het tegenwoordig. Ze willen dat de politie begrijpt hoe belangrijk het is om eventjes dit of eventjes dat te mogen doen ook al mag het eigenlijk niet en begrijpen we wel dat een ander het niet mag. Dit leidt tot een moeilijke knoop voor de politie. Hoe kan je gelijkheid verkopen als niemand het nog wil? of met een boutade: hoe verkoop je ijsjes op de noordpool? Niet door de kwaliteit van het ijs te verhogen alleszins….. (waar we enorm op inzetten trouwens).

Ik kan deze vraag niet zo maar oplossen in deze brief, maar ik wil wel stil staan bij een woord uit mijn laatste boutade: “verkopen”. Volgens mij zit daar een sleutel in. Een belangrijk element om dit te begrijpen is dat de burgermens als “klant” behandeld wilt worden. En dat op zich is opmerkelijk want vroeger waren er meerdere omgangsvormen tussen organisaties en burgers. Nu is er alleen nog maar de “klant” relatie. De “burger” relatie waarin gelijkheid gevierd zou moeten worden is grotendeels verdwenen. Misschien toch even een mooie anekdote die perfect aantoont hoe zeer dat concept van de “klant” relatie wordt doorgetrokken naar domeinen waar die niet hoeven te zijn. Laatst luisterde ik naar de podcast aflevering “the unseen Trama of America’s Drone Pilots” van “the Daily” (de podcast van de New York Times). Daarin wordt verteld over de drone piloten van het Amerikaans leger die in een “proxy war” zitten. Concreet: ‘s morgens de kinderen naar school brengen, in een bunker kruipen, in een afgelegen werelddeel een mens opblazen, het lijk volgen en vervolgens iedereen op de begrafenis ook van de aardbol vagen, uitklokken, de kinderen oppikken, nog even vlug fruitsap halen uit de supermarkt en huiswaarts keren. In die bunker besturen ze de drones, maar ze nemen geen beslissingen. Die worden door een derde partij genomen. Dat kan een CIA medewerker zijn, een special forces agent op het terrein, een NSA operator, … . Weet je hoe die beslissers genoemd worden? De naam die de drone piloten hebben voor diegene die de beslissingen neemt is “the customer”, “de klant”. Nu, volgens mijn begrip, is een klant iemand die een dienst af neemt tegen betaling en die je, in een vrije markt systeem, best te vriend houdt zodat hij niet naar de concurrentie gaat. Dat valt toch niet te rijmen met iemand die in een militaire structuur zonder er voor te betalen instructies en beslissingen neemt? Dat is toch tekenend hoe we elke afname van diensten zien als een “leverancier/klant” relatie? Ook bij de politie. Eigenlijk is dat fout.

Die verschillende relaties, naast de klant-leverancier relatie, zoals de overheid-burger relatie met eigen wederzijdse verwachtingen zou moeten terugkomen. Ik verwacht ook dat dat zal gebeuren. De geschiedenis zal ons er toe dwingen. Na de val van de Berlijnse muur dachten we dat we aan het einde van de geschiedenis waren gekomen. Een “parlementaire democratie met een gecorrigeerde vrije markt” had alle andere systemen overwonnen. Met de opkomst van China en de andere grootmachten zonder democratisch bestel hebben we dat een deel van ons idee moeten loslaten. Vanaf dan dachten we dat als de vrije markt geglobaliseerd werd dat de onderlinge afhankelijkheden van de machtsblokken voor blijvende vrede en stabiliteit zouden zorgen. Sinds 24 februari weten we dat dat ook niet meer waar is. We staan terug voor een maatschappelijke keuzes en dus voor een reveille. We gaan terug zien wat onze waarden “vrijheid, gelijk verdeeld in een geest van broederlijkheid” echt waard zijn en het consumentisme zal terug verdwijnen.

Om onze waarden terug te vinden is het schriftelijk dialogeren tussen politiemensen en burgermensen zeker een meerwaarde. Dus ja, ik vind dit project een goed project. De “principiële Gunter” zal nog even geduld moeten hebben.

Tot slot, wil in nog een ommetje maken, over hoe die individualiteit vanuit de klantenrelatie weegt op ons. Toeval wil dat we binnen de Belgische politie we daar op zijn in gegaan door gebruik te maken van een meesterwerk van een Nederlandse grootmeester uit de schilderkunst: “Ecce homo” van H. Bosch ! Je dit stuk hier vinden: https://youtu.be/VOS7wPtkCGU .

Ik weet dat ik hier geen duidelijk rechtlijnig rationeel discours heb gevolgd en dat er veel ommetjes in zitten, maar, hé, is dat nu net niet hoe complexe zaken duidelijk worden?

enfin, voor wat het allemaal waard is….

Met vriendelijke en collegiale groeten,

Gunter